Door de uitbreiding van de reikwijdte van het ETS en de toenemende ambitie rijst de vraag of het ETS de verplicht deelnemende bedrijven vrijwaart van additionele, individuele CO2-reductieverplichtingen, opgelegd via art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) en de maatschappelijke zorgvuldigheidsplicht. Het Gerechtshof van Den Haag maakt in de klimaatzaak van Milieudefensie tegen Shell, zoals ik zal aangeven, duidelijk dat die vrijwarende werking er inderdaad is. In dit artikel bespreek ik in hoeverre het ETS de deelnemende bedrijven vrijwaart van civiele claims voor verdergaande reductieverplichtingen - aangeduid als ‘ex lege libertas’. En ik plaats dit in de context van Nederlandse, Duitse en internationale rechtspraak.