Op 1 januari 2025 is het bewijsrecht in met name het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering gewijzigd en zijn ook diverse wetten op minder belangrijke punten gewijzigd doordat bijvoorbeeld naar de ingevoerde c.q. aangepaste bepalingen wordt verwezen.2Wet van 6 maart 2024 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enige andere wetten in verband met de vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht (Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht), Stb. 2024/62. Zie ook het Besluit van 25 maart 2024 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht, Stb. 2014/72. Voor de huurrechtpraktijk is bijvoorbeeld de invoering van het proces-verbaal van constatering van belang. Ook bestaat er nu op grond van art. 194 lid 1 Rv een recht op inzage van bepaalde gegevens over een rechtsbetrekking tussen partijen. Maar gelukkig bleef ook veel hetzelfde (zoals de regels voor deze verdeling van de bewijslast en de regels betreffende de bewijswaardering). Na de achtergrond van de wetswijziging te hebben geschetst komen de belangrijkste wijzigingen aan de orde.3Soms is een passage uit de Memorie van Toelichting op de betreffende bepalingen overgenomen of uit een nog in het Tijdschrift voor de Procespraktijk te verschijnen artikel van mijn hand. Om te voorkomen dat dit artikel voor een (te) groot gedeelte uit voetnoten zou bestaan is ervan afgezien dat steeds te vermelden.