Tot en met 31 december 2023 bepaalde het besluit Omzetbelasting, levering en verhuur van onroerende zaken, dat de levering van aanvullende zaken of diensten bij commerciële verhuur doorgaans als 'zelfstandige prestaties' werden aangemerkt, waarvan het toepasselijk btw-regime afzonderlijk wordt beoordeeld.2Zie par. 7.4.4 Omzetbelasting, levering en verhuur van onroerende zaken. Daardoor kon de verhuurder de betaalde btw op de levering van deze voorzieningen compenseren door deze via de servicekosten door te berekenen, ook wanneer de huur zelf niet met btw werd belast. Met de inwerkingtreding van het Besluit onroerende zaken omzetbelasting (het 'Besluit') is dit veranderd;3Zie par. 5.3 Besluit onroerende zaken omzetbelasting. de levering van zaken en diensten zullen voortaan eerder als bijkomende prestaties worden beschouwd. Dit kan ertoe leiden dat over die dienst of zaak geen btw in rekening kan worden gebracht aan de huurder, terwijl doorgaans wel btw is betaald door de verhuurder. In deze bijdrage bespreken we de achtergrond van het gewijzigde beleid en eindigen we met enkele praktische aanbevelingen.