Sunny Beach / Stadsherstel Den Haag en Omgeving II N.V.
Samenvatting
Indeplaatsstelling, afwijzing, (geen) misbruik van bevoegdheid, (geen) strijd met de redelijkheid en billijkheid
Sunny Beach huurde vanaf 1 november 2020 een bedrijfsruimte (ex art. 7:290 BW) van Stadherstel. Sunny Beach wilde daar haar horecazaak Sunny Beach openen, maar besloot vanwege de coronacrisis hiervan af te zien en de horecazaak te verkopen. Nadat Sunny Beach een koper vond, heeft zij op 22 mei 2023 Stadsherstel verzocht om een indeplaatsstelling. Stadsherstel wilde vanwege een bestaande huurachterstand niet zonder meer meewerken aan een indeplaatsstelling en is een procedure gestart waarin Stadsherstel betaling van de huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst heeft gevorderd. Sunny Beach heeft vervolgens in kort geding een vordering tot indeplaatsstelling ingesteld, maar daarin is zij op 12 september 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Op 9 november 2023 is de huurovereenkomst tussen Sunny Beach en Stadsherstel vanwege de bestaande huurachterstand ontbonden en is Sunny Beach veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde. In de onderhavige procedure stelt Sunny Beach – onder meer – dat sprake is van misbruik van bevoegdheid dan wel misbruik van recht en/of dat Stadsherstel heeft gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid omdat Stadsherstel de indeplaatsstelling niet onvoorwaardelijk heeft geaccepteerd; Stadsherstel zou daarmee onrechtmatig hebben gehandeld. De kantonrechter wijst de vorderingen van Sunny Beach af. De kantonrechter is van mening dat Stadsherstel niet in hoefde te stemmen met een indeplaatsstelling. De kantonrechter oordeelt dat Stadsherstel geen misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid en tevens niet gehandeld heeft in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Kantonrechter