In het voorwoord van het vorige nummer van dit tijdschrift ('Betalen bij de poort')2Tijdschrift voor Curatoren nr. 2, april 2024. breekt Sjoerd Warringa een lans voor het verplicht zekerstellen van verhaal op de boedel voor een (mogelijk) verschuldigde proceskostenveroordeling, voor het geval een curator met een 'lege boedel' een procedure begint (met name tegen bestuurders). Dit voorwoord vraagt om een reactie.
Tragiek van transparantie
Het komt aan de lopende band voor dat partijen zich in rechte moeten verweren tegen een vordering van een wederpartij, waarbij zij gegronde vrees hebben dat deze partij een proceskostenveroordeling bij verlies niet zal kunnen voldoen. Bij curatoren met een lege boedel is dit geen vrees, maar (min of meer) een zekerheid. Die zekerheid is het gevolg van de door de curator wettelijk te betrachten transparantie via (onder meer) de online faillissementsverslagen. Is de boedel leeg, dan moet de curator voor de ganse wereld de lege portemonnee laten zien.3Het openbaren van de 'empty pockets' levert de wederpartijen overigens veelal belangrijk strategisch voordeel op (de wetenschap dat de curator alle kosten zelf moet dragen (inclusief deskundigen, cassatieadvies etc.), de indicatie dat de curator meer schikkingsbereid is dan een andere processuele wederpartij zou zijn geweest, ook na een positief vonnis in eerste aanleg, etc.).