Zoals inmiddels bekend is op 1 januari 2021 de Wet Homologatie Onderhands Akkoord in werking getreden. Op grond van die wet kunnen rechten van de verhuurder onder de huurovereenkomst worden gewijzigd (ex art. 370 lid 1 Fw) of kan de huurovereenkomst worden beëindigd (op de voet van art. 373 Fw). De wetgever noemt huurovereenkomsten als voorbeeld van lopende overeenkomsten die mogelijk "als een molensteen rond de nek van de onderneming hangen" en waarvan de schuldenaar zich onder omstandigheden dus (deels) zou moeten kunnen ontdoen. Uit de jurisprudentie blijkt dan ook dat de WHOA veelvuldig wordt gebruikt door huurders om kwijtschelding van (een deel van) een huurachterstand te bewerkstelligen, of soms zelfs ook een beëindiging van een huurovereenkomst af te dwingen. In dit artikel wordt de vraag behandeld of de verhuurder van bedrijfsruimte in geval een homologatie-akkoord tot stand komt meer gediend is bij een waarborgsom of een bankgarantie. Het ROZ-model huurovereenkomsten voor bedrijfsruimte houdt partijen immers de keuze tussen die twee zekerheden voor.2De waarborgsom en de bankgarantie zijn niet in de wet geregelde rechtsfiguren. In dit artikel wordt met een waarborgsom bedoeld een bedrag dat de huurder bij aanvang van de huurovereenkomst op een door de verhuurder aangewezen bankrekening in depot stort, zoals voorzien in de ROZ model huurovereenkomst. Met een bankgarantie wordt bedoeld een abstracte 'on first demand' bankgarantie, conform het ROZ-bankgarantiemodel.