Als een verhuurder van bedrijfsruimte wil overgaan tot renovatie met voortzetting van de huurovereenkomst, is de huurder gehouden daartoe de gelegenheid te geven, mits de verhuurder de huurder een ‘gelet op het belang van de verhuurder en de belangen van de huurder en eventuele onderhuurders, redelijk voorstel’ doet (art. 7:220 lid 2 BW).2Art. 7:220 lid 3 BW bevat een regeling voor het geval dat bij een voorgenomen renovatie van een bouwkundige eenheid van tien verhuurde eenheden of meer, tenminste 70% van de huurders met het renovatievoorstel instemt. Alsdan wordt het voorstel geacht redelijk te zijn. In dit artikel zal worden gekeken naar wanneer een renovatievoorstel zonder dit bewijsvermoeden redelijk is, om welke reden de ‘70 procent-regeling’ van art. 7:220 lid 3 BW voor het overige buiten beschouwing zal worden gelaten. Of het voorstel redelijk is, hangt af van de omstandigheden van het geval. In dit artikel zal aan de hand van de wetsgeschiedenis en rechtspraak worden bezien wat een redelijk renovatievoorstel is.