Bij het opstellen van huurovereenkomsten zijn (huurrecht)juristen uiteraard gespitst op risico’s en het zoveel mogen afdekken daarvan. In het huurrecht (bedrijfsruimte)2Hierbij doelen wij steeds op zowel 230a-ruimten als 290-ruimten. speelt ook het bestuursrecht vaak een rol. Het komt immers geregeld voor dat een huurder een bepaalde vergunning behoeft alvorens hij zijn onderneming mag exploiteren in het gehuurde. In dit kader kan gedacht worden aan het geval dat het vigerende bestemmingsplan het voorgenomen gebruik niet toestaat of het geval dat de voorgenomen activiteiten, zoals bijvoorbeeld het exploiteren van een horecazaak, een vergunning (om af te wijken) behoeven. Ook kan worden gedacht aan het geval dat een huurder het gehuurde niet (meer) mag gebruiken, omdat het gehuurde niet (meer) voldoet aan de technische voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 (Bouwbesluit). Wie is verantwoordelijk voor het verkrijgen van de juiste vergunning en hoe om te gaan met veranderende regelgeving of met toestemmingen die vervallen of worden ingetrokken? In deze bijdrage gaan wij, onder verwijzing naar relevante regelgeving en jurisprudentie, in op enkele publiekrechtelijke aandachtspunten bij het opstellen dan wel het aangaan van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte in welk kader wij ook aanbevelingen zullen doen.