Het fenomeen 'procesafspraken' staat volop in de belangstelling. Mede ingegeven door de tijdens de Corona-epidemie opgelopen achterstanden hebben het Openbaar Ministerie en verschillende advocaten in het land in enkele (willekeurige) strafzaken afspraken gemaakt over de door beide procespartijen gewenste afdoening van de zaak. Die afspraken werden vervolgens aan de rechters voorgelegd en zijn door verschillende gerechten in het land getoetst. De uitspraken lopen langs verschillende lijnen en zijn niet eenduidig. De Hoge Raad heeft recent enige richting proberen aan te geven na een vordering tot cassatie in belang der wet.2HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252 De opkomst van deze afspraken heeft ook in de wetenschappelijke literatuur en de populaire media ruimschoots aandacht ontvangen.3L.J.J. Peters, Procesafspraken in strafzaken, NTS 2022/21; H. Hübner en N. Lentjes, Afspraken zonder regels. Een analyse van het gebruik van procesafspraken in recente jurisprudentie, DD 2022/38; P.H.M. van der Meij, Procesafspraken: van de regen in de drup? Advocatenblad, 6 september 2022 Daarbij wordt vooral aandacht besteed aan de wenselijkheid of zelfs de noodzaak van een strakkere regulering van de afspraken. Wij willen een ietwat andere insteek kiezen.
Wij beginnen met een beschrijving van onze eigen ervaringen, als vaste leden van de lokale innovatiekamer in het hof Den Bosch. Wij hebben daar prille ervaring opgedaan met de werking van procesafspraken in de praktijk. Vervolgens toetsen we die ervaringen aan het doel van het straf(proces)recht: waarheidsvinding in verhouding tot de plea bargaining-achtige setting die vaak in verband wordt gebracht met het fenomeen procesafspraken. We geven onze visie op enige juridische aspecten van procesafspraken die in de publieke discussie naar voren zijn gekomen, waarbij we met name zullen inzoomen op de procedure in appel. In de aanloop naar een behandeling in eerste aanleg zijn er immers diverse mogelijkheden om zaken buitengerechtelijk af te doen. In appel is dat beperkter. Maar de voortvarende afdoening als kwaliteitselement van goede rechtspraak komt juist wel in beeld wanneer na een lange procedure in eerste aanleg een evenzeer (te) lange procedure in hoger beroep dreigt. Juist het voortbouwend appel biedt daarom tegen de achtergrond van de beslissing in eerste aanleg goede mogelijkheden om tot procesafspraken te komen. We sluiten af met een conclusie die mede gebaseerd is op onze eigen ervaringen.