Ondernemingen die worden geconfronteerd met waarschijnlijke of vaststaande verplichtingen die in omvang of ontstaansmoment onzeker zijn, moeten in hun jaarrekening een voorziening opnemen. Het ten onrechte wel of niet treffen van een voorziening brengt (aansprakelijkheids)risico's met zich mee voor bestuurders en de controlerend accountant. In dit artikel komen deze risico's aan de orde. Meer in het bijzonder staan wij stil bij voorzieningen voor juridische geschillen.2Zie over (naast een analyse van art. 2:374 BW en IAS 37) de verwerking volgens fiscale grondslagen, de wederzijdse invloed van fiscale en civielrechtelijke grondslagen en een empirisch jaarrekeningenonderzoek J. Scholten, Geschillen in de jaarrekening: verwerking en vermelding van risico's in verband met claims, juridische geschillen en rechtsgedingen volgens het Nederlandse jaarrekeningenrecht (diss.), Leiden: 2016. In de Welsec-zaak was het niet treffen van een dergelijke voorziening grond voor het met en zonder succes aansprakelijk stellen van respectievelijk het bestuur en de controlerend accountant van Welsec B.V. ("Welsec").3Beide 'trajecten' werden op 4 februari 2022 door de Hoge Raad afgedaan op grond van art. 81 RO. Zie over de Welsec-casus eerder in dit tijdschrift A.C.M. Kitselaar, 'Annotatie – Reikwijdte controletaak bij vormen van voorzieningen en dividenduitkeringen', TvJ 2020/5, p. 194. Dit artikel bevat onder andere een nadere beschouwing van de in de procedure tegen de controlerend accountant gewezen uitspraken in feitelijke instanties en de conclusie van A-G Assink.4Zie ten aanzien van de aansprakelijkheid van de controlerend accountant Rb. Noord-Nederland 19 juli 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2788, Hof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2492, CPG 6 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:738 en HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:116. Zie ten aanzien van de aansprakelijkheid van het bestuur Rb. Noord-Nederland 19 juli 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2788, Hof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2491, CPG 6 augustus 2021, NL:PHR:2021:739 en HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:117. De opbouw van dit artikel is als volgt. In paragraaf 1 bespreken wij het regelgevend kader. In paragraaf 2 staan wij kort stil bij het ten onrechte wel opnemen van een voorziening. In paragraaf 3 en 4 bespreken wij uitgebreider de risico's die bestuurders en accountants lopen bij het ten onrechte niet opnemen van een voorziening, waarbij ook de Welsec-zaak aan de orde komt. Paragraaf 5 bevat een conclusie.