Als een werkgever en een werknemer een arbeidsovereenkomst willen beëindigen en een vertrekregeling overeenkomen, kan die vertrekregeling als een regeling vervroegde uittreding (hierna RVU) kwalificeren. In dat geval is de werkgever 52% extra belasting over de uitkering(en) van de vertrekregeling verschuldigd. Sinds 1 januari 2021 is het beleid omtrent de RVU versoepeld door de introductie van de RVU-vrijstelling. De praktijk leert echter dat er nog veel vragen en onduidelijkheden zijn over de RVU en de RVU-vrijstelling. In deze bijdrage behandel ik de kwalificatie van een vertrekregeling als RVU en de toepassing van de RVU-vrijstelling.