De VOC-mentaliteit van grenzen verleggen, internationaal zakendoen, zit diepgeworteld in de Nederlandse geschiedenis. Als exportland doen we het goed: met zo'n 17 miljoen inwoners zijn we relatief klein in de wereld maar plaatsen we onszelf met de VS, China, Duitsland en Japan in het rijtje grootste exportlanden van de wereld. Als we een VOC mentaliteit zien als vernieuwend en geografische grenzen verleggen, is daar niets mis mee. Immers, onze interne markt is te klein voor het behouden van een gezonde, stabiele economie. We moeten alleen beducht zijn op het risico (onbedoeld) mee te varen op de mores van het importerende land. Weliswaar staat namelijk het Nederlands bedrijfsleven in de top 5 van grootste exporteurs ter wereld. Tegelijk staat de Nederlandse overheid in de lijst van landen die corruptie door bedrijven het minst bestraffen en daar waar het tot een schikking komt daarover weinig openheid biedt. Zoals de koopman versus de dominee, het stimuleren van buitenlands handel en bestrijden van betrokkenheid bij corruptie, wat heeft het grootste belang? Of gaan ze hand in hand?