In de arbeidsrechtelijke literatuur, hoofdzakelijk de internationale literatuur, is in toenemende mate aandacht voor de zogenoemde grondslagendiscussie.2Zie bijvoorbeeld G. Davidov, A Purposive Approach to Labour Law, Oxford University Press 2016, p. 57-59; H. Collins, G. Lester, en V. Mantouvalou (red.), Philosophical Foundations of Labour Law, Oxford University Press 2018; G. Davidov en B. Langille (red.), The Idea of Labour Law, Oxford University Press 2011; N. Zekić, 'Economische ongelijkheid: een verkenning vanuit de grondslagen van het arbeidsrecht', Arbeidsrechtelijke Annotaties, afl. 2 2019, p. 3-25; F.H.R. Hendrickx, 'Arbeidsrecht voor de spiegel', Revue de Droit Social (RDS) / Tijdschrift voor Sociaal Recht (TRS), 2010(3), p. 3-59 en P.F. van der Heijden & F.M. Noordam, De waarde(n) van het sociaal recht. Over beginselen van sociale rechtsvorming en hun werking (Preadvies NJV), Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 2001. Onderwerp van deze discussie is de vraag welke grondslagen, ook wel aangeduid als fundamenten of waarden, ten grondslag liggen of kunnen worden gelegd aan het arbeidsrecht. Grondslagen die in de literatuur worden genoemd zijn onder meer: democratie, menselijke waardigheid, ongelijkheidscompensatie en (pre-)distributie. In mijn dissertatie introduceer ik procedurele rechtvaardigheid als grondslag van het arbeidsrecht, in het bijzonder voor de regels die het collectief arbeidsvoorwaardenoverleg ordenen. Voor zover ik weet is procedurele rechtvaardigheid tot dusver in de rechtsleer niet genoemd als grondslag voor het arbeidsrecht. In deze bijdrage zet ik kort uiteen waarom het van betekenis is procedurele rechtvaardigheid aan te merken als grondslag voor het (collectief) arbeidsrecht.