1. Inleiding
Het einde van een academisch jaar (juni/juli) kenmerkt zich doorgaans door veel nakijkwerk van (herkansings)toetsen en scripties. Inmiddels is het goed gebruik bij vrijwel alle universiteiten dat een scriptie door twee beoordelaars wordt gelezen: de begeleider en de zogenoemde tweede lezer. Het doel van een tweede lezer is een meer objectieve waardering van het eindwerkstuk te borgen. De begeleider kan zowel in positieve als negatieve zin vanwege de begeleiding een bepaalde waardering voor het werk hebben, dat deels het resultaat is van de interactie tussen de begeleider en de student, dan louter het eindwerkstuk. Met name bij wat meer 'moeizame' trajecten, kan de euforie van de begeleider (en de student overigens ook) groot zijn dat er überhaupt een stuk met een kop en een staart tot stand is gekomen waardoor een zekere toerekening naar een voldoende op de loer ligt. De tweede lezer is er juist dan om te beoordelen of dit resultaat ook voldoet aan de eisen die aan een wetenschappelijk eindproduct worden gesteld. Ik beschouw mijzelf als zo'n tweede lezer die een zo goed als mogelijk objectieve waardering geeft van het 'Sociaal Akkoord 2021'. Mijn conclusie zal luiden: de kandidaat heeft bereikt wat hij wilde en is in die zin geslaagd met een onvoldoende voor het werkstuk.