In deze bijdrage belichten wij een huurrechtelijk wetsartikel dat in de praktijk relatief weinig en relatief weinig succesvol wordt gebruikt, maar dat grote gevolgen kan hebben als het artikel van toepassing is: art. 7:309 BW. Een artikel waarbij het van belang is om – voor een juiste beoordeling – ook de wetshistorische achtergronden te kennen, omdat de tekst van art. 7:309 BW zonder die achtergrond valse hoop kan geven aan de huurder. Art. 7:309 BW geeft de huurder van bedrijfsruimte de mogelijkheid om een volledige schadevergoeding (aldus: een schadeloosstelling) te vorderen van de opvolgend verhuurder als de huurovereenkomst door opzegging eindigt met het oog op afbraak van het gehuurde vanwege de uitvoering van werken in het algemeen belang. Daarmee heeft de wetgever een bescherming van de huurder beoogd in die gevallen waarin sprake is van een minnelijke overdracht van het gehuurde in het kader van een voorgenomen onteigening.