1. Inleiding
In het jaar 2017 is de Wet versterking positie curator in werking getreden.[2] Het verbeteren van de informatiepositie van de curator en het versterken van zijn fraudesignalerende rol zijn twee belangrijke doelen van deze wet.[3] Via een aantal wettelijk vastgelegde plichten tot inlichting en medewerking, op basis waarvan de gefailleerde gegevens moet overleggen aan de curator, wordt expliciet de fraudesignalerende rol van de curator vastgelegd. Concreet wordt die rol zichtbaar in het tweede lid van art. 68 Faillissementswet (Fw), op basis waarvan de curator geacht wordt te bezien of sprake is van onregelmatigheden. Dit kunnen ook strafrechtelijke onregelmatigheden zijn als vermoedens rijzen dat de gefailleerde zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. In een dergelijk geval kan de curator, terwijl hij de (insolventie-) rechter-commissaris van dit alles op de hoogte brengt, besluiten een strafrechtelijke aangifte te doen. Deze aangifte zal vergezeld gaan van (belastende) gegevens, zoals delen van de administratie of (mondeling) door de gefailleerde gegeven informatie, die de curator gedurende zijn onderzoek heeft verkregen. Uit de praktijk is op te maken dat specifiek deze fraudesignalerende rol tegen wil en dank is ontvangen.