mr. M. Flipse, mr. H.J.R. Stoter, mr. S.E.P. Uijldert, mr. P.C. Russcher,
mr. R.J.C. Goudswaard, mr. E. Kempenaar, mr. M.H.C. Thomassen,
mr. T.B. Klerks, mr. N. Dekker en mr. W.M.A. Pronk[1]
Gerechtshoven
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
24 december 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:11184
Apellant / Dexia Nederland B.V. (‘Dexia’) – EK[2]
Tussen Dexia en Appellant is zowel in 1997 als in 2000 een effectenleaseovereenkomst gesloten. Appellant was ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten gehuwd. De overeenkomst uit 2000 (‘overeenkomst 2000’) is met een negatief resultaat geëindigd, waarvoor Dexia Appellant een eindafrekening heeft gestuurd.