In dit artikel ga ik in op de antiwitwaswetgeving vanuit het perspectief van de FinTech en BigTech bedrijven die rollen vervullen in het aanbieden van betaalproposities aan cliënten. Vaak zijn dergelijke ondernemingen in de opstartfase vrijgesteld van het financiële toezicht. Maar dat is niet het geval voor de regels van de Wwft, Sanctiewet 1977 of de Europese Verordening betreffende counter-terrorisme van 2011. Ik ga in op de moeilijk leesbare relatie tussen de bepalingen van de anti-witwasregelgeving en die van het financieel toezicht. Ik wijs ook op de onvolkomenheden van het systeem van Europese Paspoorten voor de betaaldienstverleners en elektronischgeldinstellingen, waarbij ik kritisch ben over de weg van de minste weerstand die op dit vlak door de BigTechs lijkt te worden gevolgd. Over welke mogelijkheden tot ingrijpen beschikken de Nederlandse autoriteiten op dit vlak? Die zijn, zoals ik zal bespreken, gering en een en ander kan als zorgelijk worden aangemerkt.