Met noot van T.W. de Waard
Samenvatting
Kwalificatie, beëindiging
Deze zaak betreft een hoger beroep van een verzoek tot verlenging van de ontruimingsbescherming met betrekking tot een onbemand pompstation. In eerste aanleg had de huurder primair verzocht niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek omdat het gehuurde volgens hem bedrijfsruimte ex art. 7:290 BW betrof, en subsidiair had de huurder verlenging van de ontruimingstermijn verzocht. De verhuurder had eveneens tot niet-ontvankelijkheid geconcludeerd, maar juist omdat het gehuurde volgens hem onbebouwde grond betrof. De kantonrechter verlengde de ontruimingstermijn tot een jaar omdat volgens hem sprake was van bedrijfsruimte ex art. 7:230a BW. Het hof oordeelt daarentegen dat sprake is van de huur van onbebouwde grond, omdat het gehuurde niet kwalificeert als een gebouwde onroerende zaak. Het hof oordeelt vervolgens echter dat geen rechtsgeldige opzegging van de huurovereenkomst heeft plaatsgevonden, omdat conform de bepalingen van de huurovereenkomst alleen de huurder tot opzegging kan overgaan.