Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 april 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3167
(Dit arrest is het [voorlopig?] resultaat van een procedure die in 2014 is begonnen en heeft geleid tot meer gepubliceerde uitspraken. Hieronder is die procedure in chronologische volgorde weergegeven; JW)
X BV heeft een vordering op Z BV, welke vordering ondanks sommatie onbetaald blijft.
De advocaat van X BV, mr. Y, stuurt Z BV in juni 2014 een conceptverzoekschrift tot faillietverklaring van Z BV, met de mededeling dat het verzoekschrift bij de rechtbank zal worden ingediend als betaling binnen 3 dagen uitblijft. Betaling bleef uit, waarna mr. Y Z BVC bij deurwaardersexploit van 22 juli 2014 heeft opgeroepen voor de zitting van 2 september 2014, in welk oproeping was vermeld dat het faillissementsverzoek bij de rechtbank was ingediend. Het faillissementsverzoek is (pas) op 20 augustus 2014 bij de rechtbank ingediend.