1. Inleiding
Al jaren wordt in de media aandacht besteed aan belastingontwijking door multinationals.
Onthullingen in Offshoreleaks, Luxleaks, Swissleaks, Panama Papers en meest recentelijk Paradise Papers
alsmede de EU staatssteunprocedures tegen bedrijven als Starbucks, Amazon en Apple hebben
wereldwijd tot ophef geleid. Het kan met recht ook politiek een hot item worden genoemd. In
november 2012 werd het Base Erosion and Profit Shifting (‘BEPS’) project aangekondigd in de G20
vergadering en in oktober 2015 publiceerde de OESO al haar BEPS eindrapporten. Daarmee is
voor veel landen de implementatiefase van de strijd tegen agressieve belastingplanning en
ongewenste belastingontwijking begonnen. Het multilateraal instrument (‘MLI’), dat speciaal
daarvoor is ontworpen, is door Nederland en reeds bijna 70 andere landen ondertekend en
treedt naar verwachting op zijn vroegst vanaf 1 januari 2019 in werking. Het MLI heeft tot
doel om in ruim 2.000 bilaterale belastingverdragen bepalingen op te nemen die ongewenst
gebruik ervan tegengaan. In 2016 en 2017 zijn daarenboven twee Europese anti-misbruik
richtlijnen aangenomen (‘ATAD 1’ en ‘ATAD 2’) die verplichtingen opleggen aan EU lidstaten
om bepaalde anti-BEPS maatregelen op te nemen in hun nationale wetgeving, waardoor
onder andere dubbele niet-belastingheffing wordt tegengegaan. Ook in de Nederlandse
politiek is veel aandacht voor belastingontwijking. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de parlementaire
ondervragingscommissie Fiscale constructies (‘POFC’) die afgelopen juni haar zittingen
hield om meer over dit thema te weten te komen.1
In dit artikel gaan wij in op de vraag of bij het geven van fiscaal advies een ‘grens’ geformuleerd
kan worden tussen belastingoptimalisatie en agressieve belastingplanning. Daartoe
bespreken wij eerst in onderdeel 2 de begrippen belastingontwijking, belastingontduiking,
agressieve belastingplanning en belastingoptimalisatie. In onderdeel 3 beschouwen wij de rol
van de belastingadviseur en tasten we de mogelijke grenzen aan het belastingadvies af. In
onderdeel 4 wordt een en ander aan de hand van een veel voorkomende casuspositie geïllustreerd.
Het artikel wordt afgesloten met een conclusie.