1. Inleiding
Verzekeraars zijn onderworpen aan prudentieel toezicht dat op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) wordt uitgeoefend door De Nederlandse Bank (DNB). Dit toezicht berust mede op de implementatie in Nederland van de EU-kaderrichtlijn Solvency II[2] en beoogt onder meer te waarborgen dat de financiële positie van verzekeraars die in Nederland actief zijn dusdanig is dat zij kunnen voldoen aan de verplichtingen die voor hen voortvloeien uit afgesloten verzekeringsovereenkomsten.[3] In dat verband beschikt DNB over diverse wettelijke bevoegdheden en middelen gericht op het herstel van verzekeraars in financiële moeilijkheden. Is herstel niet mogelijk, dan komt een ordentelijke afwikkeling van de (insolvente) verzekeraar in beeld. Ook hierbij is een stevige wettelijke rol voor DNB weggelegd.