1. Inleiding
Met enige regelmaat treft een curator aandelen aan in de boedel. Waar om uiteenlopende redenen, bijvoorbeeld fiscale motieven of beperking van aansprakelijkheidsrisico’s, ondernemingen steeds vaker worden gedreven door vennootschappen en (mini)concerns hoeft dat ook niet te verbazen. In deze bijdrage sta ik – vanwege haar beperkte bestek, zonder pretentie van volledigheid – stil bij wat de curator met deze aandelen kan, mag en moet. Daarbij beperk ik mij bovendien tot de curator in faillissementen van besloten of naamloze vennootschappen (hierna respectievelijk BV of NV; ook wel te noemen moedervennootschap), die aandelen houden in andere BV’s of NV’s (dochtervennootschappen).