1. Inleiding
Op 3 januari 2017 kopte Het Financieele Dagblad (FD) ‘OM voert strijd op tegen witwassen via
bitcoin’. Het Nederlandse Openbaar Ministerie (OM) zou volgens het FD ‘de strijd’ aanbinden
met (volgens het OM criminele) handelaren en wisselaars van bitcoins. Het FD inventariseerde
dat het OM ‘in zeker drie strafzaken’ die in 2017 voor de rechter komen ‘de handel en het
omwisselen van deze digitale munt (gaat) vervolgen als witwassen’.1 Deze belangstelling voor
bitcoins (vanuit het perspectief van de handhaving) staat niet op zichzelf. Sinds het betaalsysteem
van de bitcoin (in 2009)2 op de markt is gebracht, heeft deze ‘virtuele valuta’ in de
(media)belangstelling gestaan. Uniek aan de bitcoin zou zijn dat het geen centrale autoriteit
kent die de bitcoin uitgeeft. De bitcoin is beschikbaar in de vorm van ‘getallenreeksen’, en
transacties worden als ‘series complexe rekensommen’ verwerkt en gecontroleerd. Ook bij dit
controleren zou geen centrale autoriteit zijn betrokken.3