Inzake: Prejudiciële vraag; geen prospectusplicht bij executoriale verkoop van effecten
Deze uitspraak is een vervolg op de uitspraak van de Hoge Raad van 28 september 2012 (ECLI:NL:2012:BW7006) en de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 september 2014 (C-441/12, ECLI:EU:C:2014:2226). In het Tijdschrift voor Financieel Recht nr. 12, 2014, is de uitspraak van het Hof besproken. Daarbij zijn tevens de onderliggende feiten uiteengezet.
Aan de orde is de vraag of in het kader van een executoriale verkoop van effecten de prospectusplicht van art. 5:2 Wft van toepassing is. In de uitspraak van de Hoge Raad van 28 september 2012 legde de Hoge Raad aan het Hof twee prejudiciële vragen voor over de uitleg van art. 3 lid 1 van Richtlijn 2003/71 (de Prospectusrichtlijn).